Methodisch opbouwen

Methodisch (leren) trainen en opbouwen is volgens de Kleuren Turnen-visie de juiste manier om de gym- & turnlessen te organiseren. Dat houdt in dat elementen stapsgewijs worden opgebouwd. Op deze manier wordt er zo het leerproces zo efficient mogelijk ingericht, blijft het veilig voor de turn(st)er én hoeft de train(st)er niet volledig de rol van “hijskraan” te vervullen.

Bij voorkeur worden de methodische situaties vormgegeven volgens de principes van het “soft turnen”. Binnen de wedstrijdoefenstof van de KNGU is er gekozen voor het minder fysiek belasten van de jongste leeftijdscategorieën. Er wordt gebruik gemaakt van een plankoline, in plaats van een springplank. En op de vrije vloer wordt een dempende mat geplaatst. Het is voor de fysieke ontwikkeling van kinderen ook wenselijk om het soft turnen binnen de recreatie toe te passen. Het is minder belastend voor het lichaam en geeft minder snel blessures. Werk dus met valmatten, matrasjes, plankolines, trampolines en misschien zelfs wel met een airtrack. Zo kunnen op een veilige manier toch de turnelementen worden opgebouwd en geoefend.

Ook is het interessant om te werken vanuit situaties die voor de turn(st)er de mogelijkheid bieden om een (stille) beginhouding aan te nemen. Zoals een handstand-platval, zonder aanloop. Of een arabier, zonder voorhup. Een aanloop, een voorhup, een arabier, een kaats én een landing, zijn heel veel ingewikkelde facetten in heel weinig tijd. Het is veel efficiënter om de arabier vanuit een stille startpositie op te bouwen. Werk met verhogingen, om toch eenvoudig snelheid en energie te kunnen creëren. Het biedt meer rust en daarmee wordt het eenvoudiger voor het kind om te letten op tips of aandachtspunten.

Bijvoorbeeld zoals hieronder:

Splits een beweging op in verschillende puzzelstukjes. Behandel de puzzelstukjes centraal, of in een circuitje. Zoals de buikdraai. Deze bestaat uit:

  1. Een startpositie: een steun op de stok
  2. De inleidende fase: een voorbereiding voor het creëren van energie: het naar voren brengen van de voeten
  3. De kernfase:
  • Daarna komt de opzwaai: een ligsteun-houding, vrij van de stok
  • Na de steunfase het sluiten van de schouders (zonder te hoeken)
  1. De resultaatfase: een fase met energie en het behouden van de juiste vorm: een rechte lichaamslijn en rechte armen. Het is belangrijk dat de polsen mee kunnen draaien, zodat er druk op de stok wordt behouden.
  2. De eindfase: een steun op de stok

De Bouwstenen, 2008, Michel Bosman & Joris Hoeboer

Bouw een circuitje op waarbij deze fases middels methodische situaties kunnen worden geoefend. Onderdeel van het circuitje kan ook “de buikdraai” zijn, waarbij de totaalbeweging wordt geoefend onder toeziend oog van de train(st)er.

Ook onderdeel van het methodisch werken is het opbouwen vanuit een juiste technische en fysieke basis. Echter is de associatie met “basis” of “krachttraining” vaak niet heel positief. En toch lukt een borstwaartsom nou eenmaal niet, zonder spierballen of is een handstand niet mogelijk, als de turn(st)er nog niet zijn of haar eigen lichaamsgewicht kan dragen.

Basisvormpjes of oefeningen waarbij sterker worden centraal staat, hoeven helemaal niet saai te zijn. Probeer fysieke, technische en basisvormpjes op te nemen in je les en in de (opbouw van) bewegingen.

  • Maak van 10x opdrukken > Wie kan het langst de ligsteun met zijn/haar handen op een bal? Of welke turnster kan van een ligsteun met zijn/haar handen op de grond, komen tot een ligsteun op de bal?
  • Of creëer uitdagingen in een wandrek, waarbij de kinderen steeds om het wandrek heen moeten klimmen en klauteren.
  • Geef een high five voor de beste startposities of het beste aandacht voor de gevraagde houdingen.
  • Werk met hoepels, om de grote stap en handen ver bij een handstand te stimuleren.
  • Of vraag 6 lunges aan het begin van iedere aanloop.
  • Start en eindig een acrobatisch element in een lunge.

Kortom: varieer en wees creatief, alleen maar leuk!

Have fun!